De onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie kunnen een beroep doen op de vrijheid van vestiging van artikel 43 EG. Onder onderdanen worden blijkens artikel 48 EG – naast natuurlijke personen – tevens verstaan vennootschappen die in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht en die hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de EU hebben. Wordt van deze vrijheid gebruik gemaakt doordat een onderdaan van een lidstaat zich in Nederland vestigt door middel van een vaste inrichting, dan volgt uit het arrest Saint Gobain dat de vaste inrichting in beginsel in het buitenland geheven belasting ter zake van aan de vaste inrichting toerekenbare belastbare dividenden, interest of royalty’s kan verrekenen met de Nederlandse belasting hierover. Deze verrekening is alleen mogelijk indien in het geval dat een binnenlands belastingplichtige persoon de dividenden, interest of royalty’s zou ontvangen, deze persoon voor de verrekening van in het bronland geheven belasting in Nederland een beroep op een (internationale) regeling ter voorkoming van dubbele belasting zou kunnen doen. Met ‘vaste inrichting’ wordt in dit besluit bedoeld de buitenlands belastingplichtige die in Nederland een onderneming drijft door middel van een vaste inrichting.
Deze consequentie van de vestigingsvrijheid is niet beperkt tot situaties binnen de EU. De buitenlands belastingplichtige met een vaste inrichting in Nederland die toegang heeft tot een verdrag dat de vestigingsvrijheid op gelijke wijze als het EG-verdrag garandeert, wordt op dezelfde wijze behandeld.
Artikel 2
Vaste inrichting van buitenlands belastingplichtige met vestigingsvrijheid
Onderdeel van Verrekening van buitenlandse bronbelasting voor Nederlandse vaste inrichtingen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 21 januari 2004