Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Methode van verrekening

Onderdeel van Verrekening van buitenlandse bronbelasting voor Nederlandse vaste inrichtingen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 21 januari 2004

Voorts is mij de vraag gesteld welke limieten in acht moeten worden genomen bij de verrekening van bronbelasting door een vaste inrichting en onder welke voorwaarden bronbelasting wordt verrekend. Toepasselijke limieten bij de bepaling van de verrekenbare bronbelasting De verrekening van bronbelasting op dividenden, interest en royalty’s bij de vaste inrichting is beperkt tot de laagste van: de belasting berekend naar het percentage overeengekomen in het belastingverdrag tussen Nederland en het land van waaruit de dividenden, interest of royalty’s afkomstig zijn; en de belasting berekend naar het percentage overeengekomen in het belastingverdrag tussen het land van vestiging van de buitenlands belastingplichtige met een vaste inrichting in Nederland en het land van waaruit de dividenden, interest of royalty’s afkomstig zijn. Het gaat hierbij om de vaststelling van de zogenaamde eerste limiet: de met inachtneming van de regeling ter voorkoming van dubbele belasting in het buitenland geheven belasting. Andere begrenzingen, zoals de zogenaamde tweede limiet die aansluit bij de Nederlandse belasting die over de dividenden, interest of royalty’s wordt geheven, blijven onverminderd gelden. Er kan niet meer belasting worden verrekenend dan de daadwerkelijk geheven buitenlandse belasting. De enige uitzondering hierop is het geval waarin als gevolg van het belastingverdrag tussen Nederland en het land van waaruit de dividenden, interest of royalty’s worden betaald rekening kan worden gehouden met een zogenaamde ‘tax sparing credit’. Alsdan kan tot het bedrag van de tax sparing credit verrekening plaatsvinden, tenzij dit bedrag hoger is dan de onder b berekende belasting. De mogelijkheid bestaat dat aan de vaste inrichting toerekenbare dividenden, interest of royalty’s niet afkomstig zijn uit een land waarmee Nederland een belastingverdrag is overeengekomen. Als in Nederland een andere (internationale) regeling ter voorkoming van dubbele belasting (zoals de BRK of het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001) van toepassing is op basis waarvan bronbelasting kan worden verrekend, dan geldt de volgens deze regeling maximaal te verrekenen bronbelasting als uitgangspunt bij de bepaling van de toepasselijke limieten zoals hiervoor onder a bedoeld. Is geen belastingverdrag overeengekomen tussen het land van vestiging van de buitenlands belastingplichtige met een vaste inrichting in Nederland en het land van waaruit de dividenden, interest of royalty’s afkomstig zijn dan geldt het volgende. Als op de dividenden, interest of royalty’s toch een (internationale) regeling van toepassing is die voorziet in een beperking van de te heffen bronbelasting, dan geldt het volgens deze regeling geldende percentage voor de bronbelasting als uitgangspunt bij de bepaling van de toepasselijke limieten zoals hiervoor onder b bedoeld. Geldt geen zodanige (internationale) regeling dan wordt het percentage van de bronbelasting van het land van waaruit de dividenden, interest of royalty’s afkomstig zijn als uitgangspunt genomen voor de berekening van de belasting onder b. Voorwaarden bij de verrekening van bronbelasting bij de vaste inrichting De vaste inrichting kan de bronbelasting op dividenden, interest of royalty’s waarvoor in Nederland een (internationale) regeling ter voorkoming van dubbele belasting bestaat verrekenen met inachtneming van de normale regels zoals die gelden bij de verrekening van de buitenlandse belasting voor in Nederland gevestigde lichamen. Dit houdt onder andere in dat vereist is dat de dividenden, interest of royalty’s tot de grondslag van de vaste inrichting behoren waarover feitelijk Nederlandse belasting wordt geheven. De verrekening van de buitenlandse belasting bedraagt nooit meer dan de Nederlandse belasting over de dividenden, interest of royalty’s. Uit de gelijke behandeling van Nederlandse vaste inrichtingen en in Nederland gevestigde lichamen vloeit voort dat het besluit van 20 juli 2000, nr. IFZ2000-766 M waarin is goedgekeurd dat onder de verdragen verrekening wordt verleend via de gezamenlijke methode, eveneens van toepassing is bij de verrekening van bronbelasting bij de vaste inrichting. Vanzelfsprekend zal worden getoetst of de vermogensbestanddelen die de dividenden, interest en royalty’s genereren terecht tot het vermogen van de vaste inrichting worden gerekend.

Rechtspraak bij dit artikel