Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Reis- en verblijfkosten commissaris van de Koningin, gedeputeerden, burgemeester, wethouders

Onderdeel van Wijziging rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, gedeputeerden, burgemeesters en wethouders· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2004

Voor de commissarissen van de Koningin, de burgemeesters, de gedeputeerden en de wethouders zijn voor dit onderwerp specifieke ministeriële regelingen getroffen die de overeenkomstige toepassing van rijksregelingen voor ambtenaren vervangen. Verwijzingen in het rechtspositiebesluit naar het Reisbesluit binnenland en het Verplaatsingskostenbesluit 1989 blijven hierdoor voortaan achterwege. Met betrekking tot de kilometervergoeding voor reiskosten wordt afgewacht hoe dit geregeld zal worden in de rijksregelingen voor ambtenaren. Derhalve blijft op dit moment de vergoeding voor dienstreizen per afgelegde kilometer € 0,28 in de ministeriële regelingen voor de commissarissen van de Koningin, de burgemeesters, de gedeputeerden en de wethouders. Wat de reiskosten betreft, wordt er onderscheid gemaakt tussen dienstreizen en woon-werkverkeer. De vergoeding voor dienstreizen betreft de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer of de kosten voor het gebruik van de eigen personenauto waarbij de vergoeding een bedrag van € 0,28 per afgelegde kilometer inhoudt. Overeenkomstig de Wet Inkomstenbelasting 2001 is € 0,18 hiervan onbelast en komt de resterende € 0,10 voor eventuele belastingheffing in aanmerking. De vergoeding voor woon-werkverkeer wordt slechts toegekend wanneer de enkele reisafstand meer dan 10 kilometer bedraagt. De vergoeding voor het gebruik van eigen auto bedraagt dan € 0,14 per afgelegde kilometer. Verder is in de ministeriële regelingen vastgelegd dat slechts noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten vergoed worden. In de Regeling rechtspositie burgemeesters is tevens een vaste vergoedingsmogelijkheid geregeld voor het gebruik van de eigen auto binnen de gemeente (artikel 6). Deze vaste vergoeding wordt fiscaal als loon aangemerkt. Wanneer men echter aan kan tonen dat de vaste vergoeding niet hoger is dan het aantal werkelijk verreden zakelijke kilometers x € 0,18 (voor zover deze niet op declaratiebasis of anderszins worden vergoed), is de vergoeding onbelast. Hiervoor dient een rittenverantwoording te worden bijgehouden: datum, doel/bestemming van de rit, kilometeraantal. Bij controle kan door de fiscus gevraagd worden de agenda van de burgemeester te overleggen om deze met de rittenverantwoording te vergelijken. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel