Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 2 › Paragraaf 6

Artikel 36

Artikel 36

Onderdeel van Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 28 februari 2026

1. Justitiële gegevens, strafvorderlijke gegevens, tenuitvoerleggingsgegevens en gerechtelijke strafgegevens kunnen door de verwerkingsverantwoordelijke desgevraagd worden doorgezonden aan een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, onder de voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn doorgezonden en, indien aanleiding bestaat tot het stellen van grenzen aan de verdere verwerking, binnen die grenzen. 2. Doorzending van strafvorderlijke gegevens kan uitsluitend met de tussenkomst van de officier van justitie, van tenuitvoerleggingsgegevens met tussenkomst van de door Onze Minister van Justitie en Veiligheid dan wel het College van procureurs-generaal daartoe aangewezen personen die onder hem ressorteren, en van gerechtelijke strafgegevens door het bestuur van een gerecht, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat voor die gegevens verwerkingsverantwoordelijke is. 3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden doorgezonden onder de voorwaarde dat deze door de ontvangende autoriteit worden vernietigd zodra het doel, met het oog waarop de gegevens zijn doorgezonden, is vervuld. 4. Indien dit uit de wet voortvloeit kunnen bij de doorzending termijnen worden gesteld, na afloop waarvan de verstrekte gegevens door de ontvangende autoriteit moeten worden vernietigd, behoudens wanneer verdere verwerking noodzakelijk is voor een lopend onderzoek, de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. 5. De doorzending van justitiële en strafvorderlijke gegevens met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven als bedoeld in de artikelen 83 en 83b van het Wetboek van Strafrecht, blijft voor zover het de personen betreft, bedoeld in bijlage II, deel B, punt 1, onder a en b, bij Verordening (EU) 2016/794, beperkt tot de categorieën persoonsgegevens die zijn vermeld in bijlage II, deel B, punt 2, bij die verordening. De vorige zin is niet van toepassing voor zover het doorzenden van de gegevens voortvloeit uit een rechtsinstrument betreffende de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken op grond van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of om het doorzenden van de gegevens is verzocht op grond van een toepasselijk verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel