Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2004/2005· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2004

1. Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-plantgoed verkoopt of heeft verkocht aan handelskaarthouders, is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie. 2. De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag. 3. De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de verkoper te worden betaald aan de desbetreffende handelskaarthouder, die - voor het productschap - het heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkoper toekomende koopsom. De aldus geïncasseerde heffing wordt tegelijk met inzending van het aangifteformulier aan het productschap overmaak. Door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid. 4. Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan. 5. Indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de door het bestuur van het productschap ingestelde Normen en prijzencommissie termen aanwezig zijn, kan bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen op het tijdstip van verkoop. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel