De adequate breedbandinternettoegangsdienst, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel b, van de wet, kan een bandbreedte leveren die:
overeenkomt met de minimumbandbreedte waarover de meerderheid van de consumenten in Nederland beschikt, en
ten minste toereikend is voor de ondersteuning van de in bijlage V van richtlijn (EU) 2018/1972 omschreven diensten.
Hoofdstuk 2 › § 2.1
Artikel 2.1
Artikel 2.1
Onderdeel van Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 9 april 2022