Een afwijzende beslissing op grond van artikel 12, derde of vierde lid, artikel 16, tweede lid, en artikel 19, zevende lid, van de verordening wordt beschouwd als een beschikking waartegen voor partijen in de hoofdprocedure hoger beroep openstaat overeenkomstig de vierde afdeling van titel 7 van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met dien verstande dat het hoger beroep de werking niet schorst, tenzij de rechter anders heeft bepaald, en dient te worden ingesteld binnen een termijn van vier weken te rekenen vanaf de dag van de beslissing.
§ 2
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Uitvoeringswet Bewijsverkrijgingsverordening· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2023