**1.** De volgende certificaten hebben een geldigheidsduur van één jaar:
het veiligheidscertificaat voor passagiersschepen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a; en
indien afgegeven voor een passagiersschip, het veiligheidscertificaat voor hogesnelheidsschepen, bedoeld in artikel 7, eerste lid.
**2.** De volgende certificaten hebben een geldigheidsduur van vijf jaar:
het internationaal certificaat van uitwatering, bedoeld in artikel 4;
het veiligheidscertificaat voor vrachtschepen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b;
het radioveiligheidscertificaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c;
indien afgegeven voor een vrachtschip, het veiligheidscertificaat voor hogesnelheidsschepen, bedoeld in artikel 7, eerste lid;
de certificaten en documenten, bedoeld in artikel 8;
het veiligheidsmanagementcertificaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a;
het internationaal scheepsbeveiligingscertificaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b;
het certificaat voor poolschepen, bedoeld in artikel 9a; en
het certificaat voor schepen die industrieel personeel vervoeren als bedoeld in artikel 9b.
**3.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan certificaten afgeven met een kortere geldigheidsduur dan in het eerste lid bepaald, indien nog niet alle onderzoeken naar zijn genoegen zijn voltooid, of indien hij nog niet over alle door hem gevraagde gegevens over het schip beschikt.
**4.** De geldigheidsduur van een certificaat van vrijstelling als bedoeld in artikel 11, eerste of tweede lid, is niet langer dan de geldigheidsduur van het certificaat waarbij het behoort.
**5.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van een nationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 6.
Hoofdstuk 2 › § 3
Artikel 29
Geldigheidsduur van certificaten
Onderdeel van Schepenbesluit 2004· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026