Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 72

Overgangsbepalingen voor bestaande schepen

Onderdeel van Schepenbesluit 2004· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2026

1. Artikel 4 is niet van toepassing op schepen, gebouwd voor 21 juli 1968, met een bruto-inhoud van minder dan 150 bruto-registerton, vastgesteld overeenkomstig het op 10 juni 1947 te Oslo totstandgekomen Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen (Stb. 1949, J 370; Trb. 1955, 52). 2. Voor schepen, gebouwd voor 18 juli 1982, waarvan de bruto-inhoud is vastgesteld overeenkomstig het in het eerste lid genoemde verdrag, wordt voor de toepassing van dit besluit de eenheid bruto-registerton gelijkgesteld met de eenheid GT. 3. Voor schepen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, waarvoor op grond van het Schepenbesluit 1965 een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven, gaat de in artikel 6 bedoelde verplichting eerst gelden op het moment waarop het voor een schip afgegeven certificaat van deugdelijkheid ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Schepenwet vervalt. Tot dat moment blijven op het schip de bij of krachtens het Schepenbesluit 1965 gestelde regels betreffende onderzoeken en eisen van toepassing. 4. Op schepen, gebouwd voor de inwerkingtreding van dit besluit, zijn de op grond van dit besluit uit het SOLAS-verdrag voortvloeiende eisen, voorzover het schip daaraan niet reeds voldoet, slechts van toepassing, voorzover dat praktisch uitvoerbaar en redelijk is. De bij wijzigingen van het SOLAS-verdrag gebruikelijke overgangsbepalingen betreffende de toepassing van nieuwe of gewijzigde voorschriften op bestaande schepen zijn daarbij zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 5. Op schepen gebouwd vóór 1 januari 2017 zijn na 1 januari 2018 bij de eerste tussentijdse inspectie of herkeuring, naar gelang van hetgeen zich het eerste voordoet, de uit deel I-A van de Polar-Code voortvloeiende eisen van toepassing. 6. Vrachtschepen van 500 GT of meer die industrieel personeel vervoeren en die vóór 1 juli 2024 zijn gebouwd en waarvoor in verband met resolutie MSC.418(97) door Onze Minister een bijzonder certificaat is afgegeven, voldoen aan de voorschriften III/1, III/2, met uitzondering van paragraaf 2.1.7, en IV/7 en IV/8 van de IP-Code, bij het eerste tussentijdse of, indien dit eerder is, bij het hernieuwde onderzoek, na inwerkingtreding van het Besluit van 23 april 2026 tot wijziging van het Schepenbesluit 2004 in verband met wijzigingen van de bijlage bij het Internationale Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, (SOLAS-verdrag) vanwege de implementatie van de door de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie aangenomen Internationale Code voor de veiligheid van schepen die industrieel personeel vervoeren (IP-Code) (Stb. 2026, 97). 7. Hogesnelheidsvrachtvaartuigen van 500 GT of meer die industrieel personeel vervoeren en die vóór 1 juli 2024 zijn gebouwd en waarvoor in verband met resolutie MSC.418(97) door Onze Minister een bijzonder certificaat is afgegeven, voldoen aan de voorschriften III/1, III/2, met uitzondering van paragraaf 2.1.7, en V/7 en V/8 van de IP-Code, bij het derde periodieke of, indien dit eerder is, bij het eerste hernieuwde onderzoek na de inwerkingtreding van het Besluit van 23 april 2026 tot wijziging van het Schepenbesluit 2004 in verband met wijzigingen van de bijlage bij het Internationale Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, (SOLAS-verdrag) vanwege de implementatie van de door de Maritieme Veiligheidscommissie van de Internationale Maritieme Organisatie aangenomen Internationale Code voor de veiligheid van schepen die industrieel personeel vervoeren (IP-Code) (Stb. 2026, 97). 8. Vrachtschepen en hogesnelheidsvrachtvaartuigen, ongeacht de bouwdatum, die vóór 1 juli 2024 geen toestemming hebben gekregen van Onze Minister om meer dan twaalf industrieel personeel te vervoeren in overeenstemming met resolutie MSC.418(97) moeten voldoen aan en gecertificeerd zijn overeenkomstig hoofdstuk XV van de bijlage bij het SOLAS-verdrag en de IP-Code, voordat zij meer dan twaalf industriële personeelsleden aan boord hebben. 9. Onze Minister kan een IP-certificaat afgeven indien wordt voldaan aan de voorschriften uit de IP-Code, genoemd in het zesde en zevende lid, en aan hoofdstuk XV van de bijlage bij het SOLAS-verdrag en de IP-Code wat betreft het achtste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel