Net als bij de bestaande examensystematiek blijft de instelling verantwoordelijk voor de examinering van de aangeboden beroepsopleidingen (tenzij er sprake is van uitbesteding).
De kwaliteitseisen waaraan de examens moeten voldoen, zijn vastgelegd in standaarden die op voorstel van het KCE door de minister zijn vastgesteld. De standaarden geven dus aan wat er op orde moet zijn bij de examinering. Ze hebben betrekking op het totale examen (alle deelkwalificaties van de opleiding) en de totale examenketen (alle examentaken, van de inrichting van de werkorganisatie voor de examens tot het bepalen van de einduitslag). Dat is inclusief de naleving van de wettelijke voorschriften over de examens. Dit betreft zowel voorschriften in de WEB, als in andere wetten en in Europese regelgeving. Ze betreffen de examinering binnen de instelling en die binnen het leerbedrijf. Er is sprake van zowel productstandaarden als processtandaarden. De productstandaarden hebben betrekking op de kwaliteit van de examentoetsen. Het gaat daarbij in het bijzonder om het antwoord op de vraag: wanneer is het examen wat betreft inhoud en niveau voldoende afgestemd op de eindtermen en het niveau van de betreffende (deel)-kwalificaties? De processtandaarden hebben betrekking op de kwaliteit van het examenproces, de examenprocedures, de voorwaarden waaronder de examens worden afgenomen en de vaststelling van de uitslag van het examen. Het gaat daarbij in het bijzonder om het antwoord op de vraag: wanneer wordt het examen op een goede manier georganiseerd en afgenomen?
De standaarden gelden voor examentoetsen; zij gelden niet voor zogenoemde diagnostische en voortgangstoetsen. Ze gelden ook voor procedures voor erkenning van elders verworven competenties (EVC).
Artikel 3
Standaarden voor examenkwaliteit
Onderdeel van Invoering nieuwe examensystematiek in het beroepsonderwijs per 1 augustus 2004· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2004