Voor de toepasselijkheid van het bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde, uitgezonderd de artikelen 7, 13 tot en met 15 en 17, eerste en zesde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en de artikelen 5, 6 en 8e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, wordt ten aanzien van de procureur-generaal, die tot voorzitter van het College van procureurs-generaal is benoemd, onder «salaris» en «bezoldiging» mede verstaan de toelage die hij als voorzitter van het College van procureurs-generaal geniet, met dien verstande dat in artikel 1, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren in plaats van «op grond van artikel 6, 8d of 8e» wordt gelezen: op grond van artikel 8d.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Besluit regels toelage op het salaris voor de voorzitter van het College van procureurs-generaal· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2010