**1.** De opleidingen, genoemd in bijlage 1a, worden aangemerkt als passende opleidingen voor gastouders als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
**2.** De opleidingen, genoemd in bijlage 1b, worden aangemerkt als passende opleidingen voor gastouders als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang, indien de gastouder eveneens een pedagogische module heeft afgerond:
die wordt genoemd in bijlage 1c; of
die wordt genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus.
**3.** De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor pedagogisch beleidsmedewerkers worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
**4.** Onverminderd het eerste en tweede lid, kan de minister op aanvraag een beroepsopleiding, waarvan het curriculum identiek, of voor ten minste 90% vergelijkbaar is met het curriculum van een van de beroepsopleidingen, genoemd in bijlage 1a of 1b, aanwijzen als een passende opleiding als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
**5.** De minister stelt beleidsregels vast over de wijze waarop de aanwijzing, bedoeld in het vierde lid, plaatsvindt.
**6.** Indien een gastouder een opleiding heeft afgerond buiten de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wordt die opleiding aangemerkt als een passende opleiding voor gastouders als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang, indien:
die opleiding vergelijkbaar is met een opleiding als bedoeld in het eerste lid; of
die opleiding vergelijkbaar is met een opleiding als bedoeld in het tweede lid, aanhef, en de gastouder daarnaast een pedagogische module als bedoeld in het tweede lid, onder a of b, heeft afgerond.
**7.** Als organisaties als bedoeld in artikel 30a, onder b, van het Besluit kwaliteit kinderopvang worden Stichting Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven en Stichting Nuffic aangewezen.
**8.** Een certificaat als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit deskundigheidseisen gastouders kinderopvang, zoals dat lid luidde op 31 december 2011, dat is verstrekt voor 1 januari 2012, geeft blijk van het voldoen aan de in artikel 25, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang bedoelde eis.
**9.** De gastouder beschikt over een bewijsstuk waaruit blijkt dat de gastouder voldoet aan de voor die gastouder geldende opleidingseisen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 10
Opleidingseisen
Onderdeel van Regeling Wet kinderopvang· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026