Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 5

Artikel 10e

Bemiddeling en begeleiding door het gastouderbureau

Onderdeel van Regeling Wet kinderopvang· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De houder van een gastouderbureau is bereikbaar voor de vraagouder en de gastouder tijdens de openingstijden van het gastouderbureau en verstrekt de vraagouder en de gastouder hierover informatie. 2. De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat per gastouder op jaarbasis ten minste zestien uur wordt besteed aan bemiddeling tussen de gastouder en de vraagouder of aan de begeleiding van de gastouder, ter ondersteuning van de gastouder bij het verzorgen van verantwoorde kinderopvang. 3. Onder bemiddeling tussen de gastouder en de vraagouder wordt ten minste verstaan dat de bemiddelingsmedewerker of pedagogisch beleidsmedewerker: een intakegesprek voert met de gastouder bij de voorgenomen voorziening voor gastouderopvang; een intakegesprek voert met de vraagouder; een koppelingsgesprek voert met de vraagouder en de gastouder bij een koppeling tussen beiden; en jaarlijks de gastouderopvang mondeling met de vraagouder evalueert en deze evaluatie schriftelijk vastlegt. 4. De verplichting tot de mondelinge evaluatie en de schriftelijke vastlegging daarvan geldt niet indien de bemiddelingsmedewerker of pedagogisch beleidsmedewerker zich aantoonbaar voldoende heeft ingespannen om die evaluatie te verrichten. 5. Onder begeleiding van de gastouder wordt, naast het aanbieden van scholing, ten minste verstaan dat de bemiddelingsmedewerker of pedagogisch beleidsmedewerker: jaarlijks een voortgangsgesprek met de gastouder voert; ten minste twee maal per jaar de voorziening voor gastouderopvang bezoekt; de gastouder begeleidt bij het toezicht door de toezichthouder; per voorziening voor gastouderopvang beoordeelt of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen, bedoeld in artikel 28 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, verantwoord is; en de gastouder voorstelt diens doelen bij en de beschikbaarheid van de permanente educatie, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit kinderopvang, te bespreken. 6. Onder begeleiding van de gastouder wordt eveneens begrepen coaching door de pedagogisch beleidsmedewerker als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang. 7. In het kader van coaching door de pedagogisch beleidsmedewerker, maken de gastouder en de pedagogisch beleidsmedewerker schriftelijke afspraken over de vorm en inhoud van die coaching.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel