Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 9aa

Taaleisen meertalige kinderopvang

Onderdeel van Regeling Wet kinderopvang· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 28 juni 2024

De houder van een kindercentrum beschikt over een bewijsstuk waaruit blijkt dat de Duits-, Engels- of Franssprekende beroepskracht meertalige kinderopvang: de desbetreffende taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, waarbij de deelvaardigheden afzonderlijk positief zijn beoordeeld; de desbetreffende taal beheerst op ten minste niveau C1 van het Europees Referentiekader voor Talen; een erkenning heeft als bedoeld in artikel 2 van de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel ten aanzien van diens beroepskwalificaties in de desbetreffende taal, behaald in een land dat het Duits, Engels of Frans als officiële voertaal bezigt; op 31 januari 2024 voldeed aan de opleidingseisen, genoemd in artikel 9a, tweede lid, van de Regeling Wet kinderopvang, zoals die luidde op deze datum; of op 31 januari 2024 voldeed aan de opleidingseisen, genoemd in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van het Tijdelijke besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel