Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling typegoedkeuring navigatielantaarns binnenvaart 1993, op artikel 4, eerste lid, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en op artikel 1.01, onderdeel C, 3° en 4°, van het Binnenvaartpolitiereglement.
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 op artikel 13, eerste lid, van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer en op artikel 8.06, eerste en tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling radarinstallaties en bochtaanwijzers 1995 op artikel 4, eerste, tweede en derde lid, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en op de artikelen 6 en 19 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen.
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 26 juli 1985, RRV 28332 (Stcrt. 1985, 148), op artikel 6.28b, eerste lid, onderdeel b, van het Binnenvaartpolitiereglement.
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust een op grond van artikel 4A.01, zesde, respectievelijk zevende lid, verleende ontheffing, op artikel 4.05, zesde, respectievelijk zevende lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust een bestemming van een ligplaats als bedoeld in artikel 6.31, derde lid, op artikel 6.31, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust een op grond van artikel 6.32, tweede lid, verleende ontheffing voor een niet-vrijvarende veerpont, op artikel 6.32, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement.