Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Erkenningsregeling penitentiair programma 2004· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2015

1. De Minister wijst per hofressort één of meer inrichtingen aan waarbij de deelnemers administratief worden ingeschreven. 2. Alleen inrichtingen en reclasseringsinstellingen kunnen aangemerkt worden als uitvoeringsverantwoordelijke instantie. 3. De selectiefunctionaris wijst bij zijn besluit tot deelname aan een penitentiair programma tevens de uitvoeringsverantwoordelijke instantie aan. 4. De uitvoeringsverantwoordelijke instantie houdt toezicht op de feitelijke begeleiding van de deelnemer aan het programma. Onder toezicht wordt in ieder geval verstaan: het toezien op de daadwerkelijke deelname aan de programmaonderdelen; het toezien op het nakomen van de procedures die ter zake van het penitentiair programma zijn overeengekomen; het toezien op de begeleiding door de werkgever of de derde-organisatie van de deelnemer aan het penitentiair programma; het beoordelen en aanbrengen van kleine aanpassingen in het penitentiair programma van de deelnemer; het beoordelen van de ernst van een overtreding en het melden van die overtreding aan de directeur van de inrichting; het signaleren van vorderingen en ontwikkelingen van de deelnemer aan een penitentiair programma; het tijdig opstellen van tussen- en eindrapportages. 5. De uitvoeringsverantwoordelijke instantie sluit een overeenkomst met de werkgever of derde-organisatie. In elk geval worden afspraken gemaakt over de te verrichten werkzaamheden, de financiering en het toezicht door de uitvoeringsverantwoordelijke instantie op inhoud en kwaliteit van het programma.

Rechtspraak bij dit artikel