In artikel 21, derde lid, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden is bepaald dat de onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten (genoemd in artikel 21, eerste en tweede lid) voor een gedeputeerde per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
De consumentenprijsindex voor 2004 is bepaald op 112,1. Voor 2003 was dat indexcijfer bepaald op 111,0.
Dit betekent dat de bedragen van onkostenvergoeding per 1 januari 2005 worden verhoogd met 1,0%.
Met ingang van 1 januari 2005 worden de bedragen genoemd in artikel 21, eerste en tweede lid, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden gewijzigd in € 291,51 resp. € 607,82 (fictieve dienstbetrekking).
Artikel 6
Onkostenvergoeding leden gedeputeerde staten
Onderdeel van Bezoldiging commissarissen van de Koningin, vergoeding en onkostenvergoeding statenleden, vergoeding commissieleden en onkostenvergoeding leden gedeputeerde staten· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2005