Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
parkeren: op een spoorwegemplacement laten stilstaan van een trein anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van reizigers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen;
rangeren: op een spoorwegemplacement splitsen of opnieuw samenvoegen van treinen, dan wel in een bepaalde volgorde op een spoor of naar andere sporen manoeuvreren;
spoorwegemplacement: op grond van artikel 30 aangewezen deel van de hoofdspoorweg.
Voorheen art. 28.
§ 7
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Besluit spoorverkeer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 4 juli 2015