De beheerder draagt er zorg voor:
dat gedeelten van de hoofdspoorweg, die buiten dienst zijn gesteld worden aangeduid met de daartoe door de beheerder aangewezen seinen overeenkomstig het krachtens artikel 36 bepaalde;
dat de hoofdspoorweg ter plaatse waar werkzaamheden aan of nabij die hoofdspoorweg worden uitgevoerd, in de bij ministeriële regeling bepaalde gevallen buiten dienst wordt gesteld of doelmatig wordt afgeschermd;
dat tijdens de uitvoering van werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg gebruik wordt gemaakt van goed functionerende automatische waarschuwingsapparatuur als bedoeld in normblad nummer 730-3 van de Internationale Spoorweg Unie op de wijze als in dat normblad bepaald, of van goed functionerende andere bij ministeriële regeling voorgeschreven apparatuur.
Voorheen art. 21.
§ 8
Artikel 37
Artikel 37
Onderdeel van Besluit spoorverkeer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 4 juli 2015