Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Wet laden en lossen zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 31 december 2004

1. Wanneer de structuur of de uitrusting van het bulkschip tijdens het laden of lossen wordt beschadigd, wordt deze schade door de terminalvertegenwoordiger aan de kapitein gemeld en zo nodig gerepareerd. 2. Wanneer de schade, bedoeld in het eerste lid, voor de stevigheid van de constructie, voor de waterdichtheid van de romp of voor de essentiële technische installaties van het bulkschip nadelige gevolgen kan hebben, worden de bevoegde autoriteiten van de desbetreffende vlaggenstaat of het betrokken klassenbureau, en de toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, daarvan door de kapitein of de terminalvertegenwoordiger op de hoogte gebracht. 3. Zodra de terminalvertegenwoordiger of de kapitein aan de ingevolge het tweede lid op hem rustende verplichting heeft voldaan, is die verplichting voor de ander opgeheven. 4. De toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, beslist of de schade, bedoeld in het tweede lid, onverwijld moet worden gerepareerd, waarbij hij rekening houdt met het eventuele advies van de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat of het betrokken klassenbureau, en met dat van de kapitein. De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel