**1.** Schepen waarvoor een internationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, en het nationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit benodigd is, zijn vrijgesteld van:
indien zij voldoen aan de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989, de MODU-Code 2009 of de DSC-Code: de in de hoofdstukken II-1, II-2, III en IV van het SOLAS-verdrag opgenomen eisen;
indien zij voldoen aan de SPS-Code of de SPS-Code 2008: de in de desbetreffende Code aangegeven eisen van het SOLAS-verdrag;
indien zij voldoen aan de LY2-Code, LY3-Code of de SCV-Code: de in het SOLAS-verdrag opgenomen eisen.
**2.** Schepen waarvoor het SCV-veiligheidscertificaat, behorend bij de SCV-Code, benodigd is, zijn vrijgesteld van artikel 37 van het besluit.
Artikel II van Stcrt. 2026/17410 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit
Schepenbesluit 2004 (aanpassen bepalingen betreffende het nationaal
veiligheidscertificaat en enige andere wijzigingen) in werking treedt.
Hoofdstuk 3 › § 4
Artikel 24
Vrijstelling op grond van bijzondere Codes (IMO, CMOU, MCA)
Onderdeel van Regeling veiligheid Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026