Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 1

Artikel 3a.1

Veiligheidscertificaat op grond van bijzondere of specifieke kenmerken

Onderdeel van Regeling veiligheid Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. Een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 6a van het besluit is benodigd voor de volgende categorieën schepen: een vrachtschip met een lengte over alles van 5 meter of meer en met een lengte van minder dan 24 meter waarmee uitsluitend reizen worden ondernomen in de Caribische handelszone (SCV); een offshore bevoorradingsschip als bedoeld in resolutie MSC.235(82); een offshore ondersteuningsschip als bedoeld in resolutie A.1122(30); een verplaatsbare offshore booreenheid als bedoeld in de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989 en de MODU-Code 2009. 2. Voor schepen waarvoor op grond van artikel 5, eerste lid, van het besluit een internationaal veiligheidscertificaat benodigd is, wordt het veiligheidscertificaat, bedoeld in het eerste lid, gecombineerd met het internationale veiligheidscertificaat. 3. Voor schepen waarvoor op grond van artikel 6 van het besluit een nationaal veiligheidscertificaat benodigd is, wordt het veiligheidscertificaat, bedoeld in het eerste lid, voor schepen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b (offshore bevoorradingsschepen) en c (offshore ondersteuningsschepen), gecombineerd met het nationale veiligheidscertificaat. 4. Voor schepen waarvoor op grond van artikel 6 van het besluit een nationaal veiligheidscertificaat benodigd is, treedt het veiligheidscertificaat, bedoeld in het eerste lid, voor schepen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a (SCV) en d (MODU), in de plaats van het nationale veiligheidscertificaat. 5. Een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 6a van het besluit kan worden gekozen voor de volgende categorieën schepen: een schip van minder dan 500 GT waarmee uitsluitend reizen worden ondernomen binnen de Caribische handelszone (CCSS); een vrachtschip met een lengte van 24 meter of meer; een olietanker of een tanker als bedoeld in voorschrift 1.1 van de CCSS-Code met een lengte van minder dan 24 meter; een passagiersschip met een lengte over alles van 5 meter of meer en een lengte van minder dan 24 meter, waarmee internationale reizen uitsluitend binnen de Caribische handelszone worden ondernomen (SCV); een passagiersschip met een lengte over alles van 5 meter of meer en een lengte van minder dan 24 meter, waarmee uitsluitend nationale reizen binnen de Caribische handelszone worden ondernomen (SCV); een beroepsmatig gebruikt zeegaand schip: van minder dan 3.000 GT met een loodlijnlengte van 24 meter of meer, dat gebouwd is vóór 1 januari 2018 en dat ontworpen en gebouwd is en gebruikt wordt voor uitsluitend het vervoer van niet meer dan 12 passagiers (LY2); met een loodlijnlengte van 24 meter of meer, dat ontworpen en gebouwd is en gebruikt wordt voor uitsluitend het vervoer van niet meer dan 12 passagiers (LY3); een dynamisch ondersteund schip als bedoeld in de DSC-Code; een schip, bestemd voor bijzondere doeleinden als bedoeld in de SPS-Code of de SPS-Code 2008. 6. Voor schepen waarvoor op grond van artikel 5, eerste lid, van het besluit een internationaal veiligheidscertificaat benodigd is, wordt het veiligheidscertificaat, bedoeld in het vijfde lid, gecombineerd met het internationale veiligheidscertificaat. 7. Voor schepen waarvoor op grond van artikel 6 van het besluit een nationaal veiligheidscertificaat benodigd is, treedt het veiligheidscertificaat, bedoeld in het vijfde lid, in de plaats van het nationale veiligheidscertificaat. Artikel II van Stcrt. 2026/17410 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Schepenbesluit 2004 (aanpassen bepalingen betreffende het nationaal veiligheidscertificaat en enige andere wijzigingen) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel