Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 4

Artikel 41b

Vaart rond de eilanden van Caribisch-Nederland

Onderdeel van Regeling veiligheid zeeschepen· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. Caribisch-Nederlandse schepen die niet buiten de gebiedsbegrenzingen, bedoeld in het tweede lid, worden gebracht zijn vrijgesteld van de bepalingen van de hoofdstukken 3 tot en met 5 van het besluit en artikelen 5c, 5d, tweede lid, en 5e, eerste lid, en hoofdstuk 3 van deze regeling, mits voldaan wordt aan de eisen, bedoeld in bijlage 6. 2. De gebiedsbegrenzingen, bedoeld in het eerste lid zijn: voor Bonaire: het gebied, begrensd door de lijnen gaande van de meest oostelijke punt van Bonaire (68-12'W) in de richting zuid tot de parallel van 12-00' noorderbreedte, vandaar in de richting west tot de meridiaan van 68-17' westerlengte, vandaar in de richting 327 naar een punt op 12-15' noorderbreedte en 68-27' westerlengte, vandaar in de richting 022 naar een punt op 12-20' noorderbreedte en 68-25' westerlengte en vandaar in de richting van de vuurtoren Seroe Ventana. voor Sint Eustatius: het gebied, begrensd door de parallellen 17-27' en 17-33' noorderbreedte en de meridianen van 62-55' en 63-02' westerlengte; voor Saba: het gebied, begrensd door de parallellen van 17-35' en 17-41' noorderbreedte en de meridiaan van 63-11' en 63-17' westerlengte. Artikel II van Stcrt. 2026/14713 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Schepenbesluit 2004 (aanpassen bepalingen betreffende het nationaal veiligheidscertificaat en enige andere wijzigingen) in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel