De kapitein van een schip met een lengte van 24 meter of meer, waarvoor een nationaal veiligheidscertificaat benodigd is en waarmee nationale reizen worden ondernomen, draagt er met inachtneming van hetgeen dienaangaande in het Uitwateringsverdrag is bepaald, zorg voor dat het schip voorafgaande aan en gedurende een reis geen geringer vrijboord heeft dan voor dat schip op die reis is toegestaan.
Artikel II van Stcrt. 2026/14713 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit
Schepenbesluit 2004 (aanpassen bepalingen betreffende het nationaal
veiligheidscertificaat en enige andere wijzigingen) in werking treedt.
Hoofdstuk 5 › § 1
Artikel 48c
Voorschriften betreffende de uitwatering
Onderdeel van Regeling veiligheid zeeschepen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026