**1.** Een schip als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel b, c, f, g of j, wordt ter verkrijging van het nationaal veiligheidscertificaat en tijdens de geldigheidsduur daarvan onderworpen aan de volgende onderzoeken:
een eerste onderzoek;
een tussentijds of periodiek onderzoek;
een hernieuwd onderzoek in verband met vernieuwing van het certificaat;
een onderzoek van de romp aan de buitenzijde;
een onderzoek in verband met herstellingen en vernieuwingen aan het schip.
**2.** De onderzoeken, bedoeld in het eerste lid, omvatten het volgende:
het in onderdeel a, b of c bedoelde onderzoek is een volledig onderzoek van de constructie van de romp, de waterdichte afsluiting, de werktuigen inclusief de stuurinrichting, de elektrische installatie, de navigatie- en radio-uitrusting, de redding-, brandblus- en veiligheidsmiddelen, de lichten en overige middelen ter voorkoming van aanvaringen;
het in onderdeel e bedoelde onderzoek wordt uitgevoerd nadat een ongeval heeft plaatsgehad of een onvolkomenheid is ontdekt waardoor twijfel is ontstaan of het schip nog geschikt is voor een veilige vaart en in verband hiermee herstellingen zijn uitgevoerd.
Artikel II van Stcrt. 2026/14713 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit
Schepenbesluit 2004 (aanpassen bepalingen betreffende het nationaal
veiligheidscertificaat en enige andere wijzigingen) in werking treedt.
Hoofdstuk 2 › § 2
Artikel 9a
Onderzoeken van schepen als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdelen b, c, f, g en j
Onderdeel van Regeling veiligheid zeeschepen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026