**1.** Het persoonskenmerkenbestand 2006 bestaat uit de gepseudonimiseerde opgaven van de zorgverzekeraars van de verzekerdenaantallen op 1 juni 2006 naar geslacht, geboortedatum en viercijferige postcode.
**2.** Voor de vaststelling van het aantal verzekerden 2006 en de verzekeringsduur per verzekerde per zorgverzekeraar baseert het college zich op het Referentiebestand verzekerden Zorgverzekeringswet van SA-Zorg. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2006 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, wordt die periode voor het vaststellen van de verzekeringsduur verdeeld naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.
**3.** Voor de vaststelling van de vereveningskenmerken per verzekerde naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2006, naar regioklasse 2006 en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2006 baseert het college zich op het persoonskenmerkenbestand 2006, het uitstroombestand 2006 en de opgave 2006 van verzekerden die vanwege bijzondere omstandigheden niet over een burgerservicenummer beschikken. Tevens maakt het college in voorkomende gevallen gebruik van het persoonskenmerkenbestand 2007 en het uitstroombestand 2007.
**4.** Voor de vaststelling van de aard van het inkomenklasse baseert het college zich op de gepseudonimiseerde opgave van het CBS naar inkomensbron in het jaar 2006. Voor de opgave van het CBS, bedoeld in de vorige volzin, hanteert het CVZ de peildatum 30 juni 2006.
**5.** Het college bepaalt per zorgverzekeraar voor elke verzekerde uit het persoonskenmerkenbestand 2006 in welke klasse een verzekerde valt voor de criteria leeftijd, geslacht, aard van het inkomen en regio. Het college bepaalt de leeftijd op basis van de geboortemaand en het geboortejaar op peildatum 30 juni 2006.
**6.** Vervolgens bepaalt het college per zorgverzekeraar het aantal verzekerden naar leeftijd en geslacht 2006. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.
**7.** Voor de vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per FKG 2006 per zorgverzekeraar als volgt:
Uitgangspunt is de opgave van 1 juni 2007 van alle declaraties farmaceutische hulp 2006 van de zorgverzekeraar aan het college, tenzij de zorgverzekeraar gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om op 1 december 2007 een herzien bestand in te sturen.
Op basis daarvan bepaalt het college het aantal verzekerden 2006 per FKG 2006 dat in 2006 voldoet aan het bepaalde in artikel 4. Daarbij splitst het college per zorgverzekeraar het aantal verzekerden zonder FKG 1t/m17 2006 in een verzekerdenaantal FKG 2006 onbekend en een verzekerdenaantal FKG 2006 0. Het verzekerdenaantal FKG onbekend bestaat uit verzekerden met een woonadres in het buitenland en waarvoor de zorgverzekeraar geen informatie heeft over farmaciedeclaraties.
Het college bepaalt de gewichten voor alle FKG 2006-onbekend op 0,00.
Het college stelt de prevalentieontwikkeling 2005–2006 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2006 gelijk aan de prevalentieontwikkeling 2004–2005 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2006, zoals vermeld in bijlage 1.
Het college schaalt met behulp van de onder d bepaalde prevalentieontwikkeling de aantallen verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2006 terug naar de prevalentie 2005, sommeert deze over de morbiditeitsrisicoklassen en rondt deze som af op nul decimalen.
De verzekerden per FKG 2006 tellen mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.
**8.** Voor de voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG 2006 per zorgverzekeraar als volgt:
Uitgangspunt is de opgave van de zorgverzekeraar per 1 juni 2008 van de declaraties van alle DBC’s die in 2006 geopend zijn. Op basis daarvan bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG volgens de indeling in artikel 4, derde lid.
Het college bepaalt per zorgverzekeraar de rechtstreeks aan een zorgverzekeraar toe te wijzen verzekerden 2006 per DKG 2006 met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer, het persoonskenmerkenbestand 2006 en de opgave van de zorgverzekeraar genoemd onder a.
Het college splitst per zorgverzekeraar het aantal verzekerden zonder DKG 1t/m13 in een verzekerdenaantal DKG 2006 onbekend en een verzekerdenaantal DKG 2006 0. Het verzekerdenaantal DKG 2006 onbekend bestaat uit verzekerden met een woonadres in het buitenland en waarvoor de zorgverzekeraar geen DBC-informatie heeft.
Het college bepaalt het gewicht DKG 2006 onbekend op 0,00.
Tot slot worden per zorgverzekeraar de verzekerdenaantallen 2006 per DKG 2006 opgeteld. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid.
**9.** Het college bepaalt met behulp van opgaven van het CBS en het Referentiebestand verzekerden Zorgverzekeringswet van SA-Zorg over 2006 de aantallen verzekerden per aard van het inkomenklasse 2006.
**10.** Het college bepaalt met behulp van het Referentiebestand verzekerden Zorgverzekeringswet van SA-Zorg en de opgave van de zorgverzekeraars over de verzekerden naar viercijferige postcode van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar regioklasse 2006.
Hoofdstuk IIIa
Artikel 20b
Bepaling van de verzekerdenaantallen 2006 voor de zorgverzekeraars
Onderdeel van Regeling beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2006· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2009