Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 28a

Artikel 28a

Onderdeel van Regeling beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2006· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2009

1. Bij gelegenheid van de voorlopige vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 20, achtste lid, stelt het college het volgende vast: De hoogte van het bedrag van de door de zorgverzekeraar ingevorderde boetes op grond van artikel 96 Zorgverzekeringswet; Het vergoedingsbedrag waar de zorgverzekeraar voor de door hem zelf ingevorderde boetes op grond van artikel 96, zesde lid, Zorgverzekeringswet recht op heeft; Het deel van het bedrag bedoeld onder a dat de zorgverzekeraar aan het Zorgverzekeringsfonds moet afdragen; Het deel van het bedrag van de door het college zelf op grond van artikel 96 Zorgverzekeringswet ingevorderde boetes waar de zorgverzekeraar als vergoeding recht op heeft. 2. Het college verrekent de som van de onderdelen c en d uit het eerste lid zo mogelijk met de op grond van artikel 20, achtste lid, voorlopig vastgestelde bijdrage. 3. Indien verrekening, als bedoeld in het tweede lid, niet mogelijk blijkt, vordert het college het door de zorgverzekeraar af te dragen bedrag bij de zorgverzekeraar in, dan wel betaalt het college het door de zorgverzekeraar te ontvangen bedrag, aan de zorgverzekeraar na. 4. Bij gelegenheid van de tweede voorlopige vaststelling stelt het college opnieuw de hoogte van de in 2006 ingevorderde boetes vast, overeenkomstig de opgave van de zorgverzekeraars in de jaarstaat 2006 met inachtneming van correcties door de Nederlandse Zorgautoriteit. 5. Het college verrekent zo mogelijk, na toepassing van het vierde lid en overeenkomstig het tweede lid, de som van de onderdelen c en d uit het eerste lid met de op grond van artikel 20f, achtste lid, voor de tweede maal voorlopig vastgestelde bijdrage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel