Ten aanzien van de leden en plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, zijn de artikelen 46c, 46ca, 46d, 46f, 46i met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o, en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van artikel 46j onderscheidenlijk 46o, tweede lid, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7
Artikel 80
Artikel 80
Onderdeel van Zaaizaad- en plantgoedwet 2005· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019