**1.** In dit artikel wordt verstaan onder:
pensioengevend inkomen: de som van de inkomensbestanddelen, die op grond van de pensioenregeling voor burgerambtenaren, die geldt tot 1 januari 2019, pensioengevend zijn voor de opbouw van aanspraken op ouderdomspensioen en het daarvan afgeleide partnerpensioen en wezenpensioen;
aftoppingsgrens: de aftoppingsgrens van het pensioengevend inkomen op basis van artikel 18ga van de Wet op de Loonbelasting 1964.
**2.** De ambtenaar heeft aanspraak op een uitkering indien zijn pensioengevend inkomen wordt afgetopt op basis van artikel 18ga van de Wet op de Loonbelasting 1964.
**3.** De uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het werkgeversdeel van de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen te vermenigvuldigen met het pensioengevend inkomen boven de aftoppingsgrens.
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar wiens salaris de ontwikkeling volgt van de sector Rijk.
Het artikel is nieuw toegevoegd.
Hoofdstuk 3
Artikel 24a
Uitkering premievrijval aftoppingsgrens pensioengevend inkomen
Onderdeel van Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 12 februari 2021