Omdat de nieuwe regelgeving niet voor 2007 in werking zal treden heeft het Bestuurlijk overleg TJS er, gelet op de achterstand bij het onderhoudsbaggeren, op aangedrongen goed te bezien welke extra ruimte de huidige regelgeving biedt voor het verantwoord op land brengen van onderhoudsbaggerspecie.
Die exercitie heeft het volgende opgeleverd:
een nadere interpretatie op twee punten van bestaande regels die beoogt meer ruimte voor verspreiding van baggerspecie te bieden.
Informatie over ruimte die de huidige regelgeving al biedt; deze is bijeengebracht in de Handreiking verspreiding en toepassing van baggerspecie
Nadere interpretatie bestaande regels
Bezien is waar de huidige regelgeving, zonder deze aan te passen extra ruimte biedt voor het op land toepassen van onderhoudsbaggerspecie. Dit heeft geresulteerd in twee elementen van de regelgeving voor verspreiden en toepassen van baggerspecie die een nadere toelichting behoeven. Dit betreft het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen en de Vrijstellingsregeling grondverzet.
Het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen bepaalt dat baggerspecie klasse 1 en 2 alleen op de direct aan het oppervlaktewater grenzende percelen mag worden gebracht, waarbij voor klasse 2 specie geldt dat dit alleen over een breedte van maximaal 20 meter mag worden opgebracht. In de praktijk wordt de bepaling ‘direct aan het oppervlaktewater grenzende percelen’ soms heel strikt gehanteerd, waardoor baggerspecie bijvoorbeeld wordt afgevoerd naar een opslag- of stortlocatie wanneer over een beperkte lengte langs de watergang geen ruimte is om de baggerspecie op de kant te zetten, omdat daar bebouwing met aanpalende erven aanwezig is. Een dergelijke strikte interpretatie van het begrip ‘direct aan de watergang grenzend perceel’ is onnodig en ongewenst. Het begrip direct aan het oppervlaktewater grenzend perceel biedt een zekere ruimte om dit soort situaties praktisch te benaderen. Vaak is er voor de betreffende baggerspecie op een ander perceel dat grenst aan dezelfde watergang wél ruimte. Het begrip direct aan het oppervlaktewater grenzend perceel laat afzet van baggerspecie op zo’n perceel toe. Bepalend is dat het perceel aan dezelfde watergang is gelegen. De normale regels uit het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen blijven daarbij van toepassing, dat wil zeggen dat klasse 1 specie over het aangrenzende perceel, en klasse 2 specie binnen 20 meter uit de grens van de watergang op land mag worden gebracht. Ook mag de hier geschetste werkwijze er niet toe leiden dat de baggerspecie op die percelen waar wél ruimte is in onevenredige hoeveelheden wordt opgebracht.
De Vrijstellingsregeling grondverzet is een vrijstellingsregeling onder het Bouwstoffenbesluit en biedt ruimte om licht verontreinigde grond onder voorwaarden als bodem toe te passen. In de huidige toelichting bij de Vrijstellingsregeling grondverzet wordt het als bodem toepassen van niet-gerijpte baggerspecie uitgesloten. De vrijstellingsregeling zelf en het Bouwstoffenbesluit waarop de vrijstellingsregeling is gebaseerd bieden echter wel de ruimte om ook niet-gerijpte baggerspecie als bodem toe te passen. Met deze circulaire wijs ik u op deze mogelijkheid. Onder het regime van de Vrijstellingsregeling grondverzet mag ook natte baggerspecie als bodem worden toegepast. Bij die toepassing gelden voor baggerspecie dezelfde voorwaarden die ook voor het toepassen van licht verontreinigde grond gelden.
De milieuhygiënisch belangrijkste voorwaarde in dit verband is het stand-still-principe. De Vrijstellingsregeling grondverzet staat alleen hergebruik van grond en baggerspecie als bodem toe wanneer de kwaliteit van de op te brengen grond of baggerspecie gelijk is aan of beter is dan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Ook de procesvoorwaarden uit de Vrijstellingsregeling grondverzet, een door gemeente of provincie vastgestelde bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan voor de locatie van de ontvangende bodem zijn van toepassing.
Tot slot geldt natuurlijk dat toepassing van grond en baggerspecie op basis van de Vrijstellingsregeling grondverzet alleen kan plaatsvinden met instemming van de eigenaar van de ontvangende bodem. Ik hecht temeer aan deze interpretatie van de Vrijstellingsregeling grondverzet, omdat daarmee een eerste stap wordt gezet op weg naar de in de Beleidsbrief bodem aangekondigde integratie van de regels voor hergebruik van grond en baggerspecie. Door de Vrijstellingsregeling grondverzet ook van kracht te laten zijn voor niet-gerijpte baggerspecie worden grond en baggerspecie gelijk behandeld bij het als bodem toepassen. Dit biedt ruimte om baggerspecie, inclusief delen van klasse 3 baggerspecie, als bodem te gebruiken op bodems van vergelijkbare of slechtere kwaliteit.
Artikel 3
Ruimte in de huidige regelgeving
Onderdeel van Circulaire Onderhoudsbaggerspecie· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 6 juli 2005