Bij het verwijderen van onderhoudsbaggerspecie komt deze uit de waterbodem en wordt veelal op de landbodem gebracht. De baggerspecie gaat daarmee ook in bestuurlijke zin over van de waterbeheerder, naar het bevoegd gezag voor de landbodem. Met name voor de niet meteen verspreidbare baggerspecie geldt dat de betrokken overheden gezamenlijk er aan kunnen bijdragen dat er ruimte wordt gevonden voor bestemmingen voor die onderhoudsspecie. Ik vestig hier nog eens de aandacht op een passage in de Beleidsbrief bodem over dit onderwerp.
‘Het verplaatsen van verontreinigd bodemmateriaal (grond en baggerspecie) wordt in het perspectief van bodembeheer niet zozeer beschouwd als een probleem, maar als toepassing van bodemmateriaal onder voorwaarden. Het is zaak dat vroegtijdig in de ruimtelijke planvorming rekening wordt gehouden met vrijkomende grond en baggerspecie. Zo zouden locaties in kaart moeten worden gebracht waar die grond en baggerspecie weer als bodem kunnen worden toegepast. Dit draagt bij aan het realiseren van doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en waterbeheer.’
Ik doe een beroep op de betrokken overheden (waterschappen, gemeenten en provincies) om invulling te geven aan hun verantwoordelijkheid om op die manier bij te dragen aan het vinden van verantwoorde oplossingen voor de onderhoudsbaggerspecie.
Artikel 5
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Onderdeel van Circulaire Onderhoudsbaggerspecie· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 6 juli 2005