Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Titel 3 › Paragraaf 3

Artikel 2.11

Vakdidactische bekwaamheid leraar, kunde

Onderdeel van Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2017

De leraar is vakdidactisch bekwaam wat betreft kunde indien de leraar of docent ten minste: onderwijs kan voorbereiden, wat betekent dat hij: doelen kan stellen, leerstof kan selecteren en ordenen; samenhangende lessen kan uitwerken met passende werkvormen, materialen en media, afgestemd op het niveau en de kenmerken van zijn leerlingen; passende en betrouwbare toetsen kan kiezen, maken of samenstellen; onderwijs kan uitvoeren en het leren kan organiseren, wat betekent dat hij: een adequaat klassenmanagement kan realiseren; aan leerlingen de verwachtingen en leerdoelen duidelijk kan maken en leerlingen kan motiveren om deze te halen; de leerstof aan zijn leerlingen begrijpelijk en aansprekend kan uitleggen, voordoen hoe ermee gewerkt moet worden en daarbij inspelen op de taalbeheersing en taalontwikkeling van zijn leerlingen; doelmatig gebruik kan maken van beschikbare digitale leermaterialen en leermiddelen; de leerlingen met gerichte activiteiten de leerstof kan laten verwerken, daarbij variatie aanbrengen en bij instructie en verwerking differentiëren naar niveau en kenmerken van zijn leerlingen; de leerling kan begeleiden bij die verwerking, stimulerende vragen stellen en opbouwende gerichte feedback geven op taak en aanpak; samenwerking, zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid stimuleren; onderwijs kan evalueren en ontwikkelen, wat betekent dat hij: de voortgang kan volgen, de resultaten kan toetsen, analyseren en beoordelen; feedback kan vragen van leerlingen en deze feedback tezamen met zijn eigen analyse van de voortgang kan gebruiken voor een gericht vervolg van het onderwijsleerproces; leerproblemen kan signaleren en indien nodig met hulp van collega’s oplossingen kan zoeken of doorverwijzen; advies kan vragen aan collega’s of andere deskundigen; weet wanneer en hoe hij advies kan geven; hierbij gebruik kan maken van methodieken voor professionele consultatie en leren, zoals supervisie en intervisie; zijn didactische aanpak en handelen kan evalueren, analyseren, bijstellen en ontwikkelen; kan bijdragen aan pedagogisch-didactische evaluaties in zijn school en deze in afstemming met zijn collega’s kan gebruiken bij de onderwijsontwikkeling in zijn school; de inhoud en de didactische aanpak van zijn onderwijs kan uitleggen en verantwoorden; in staat is tot kritische reflectie op zijn eigen pedagogisch-didactisch handelen.

Rechtspraak bij dit artikel