De instructeur is vakinhoudelijk bekwaam wat betreft kennis en kunde indien hij ten minste:
kennis heeft van vaktaal en beroepsethiek;
beschikt over relevante en actuele beroepskennis;
die beroepskennis voor studenten weet te plaatsen in de context van de beroepspraktijk;
kennis heeft van de Nederlandse en de Engelse taal en van rekenen, voor zover dit betrekking heeft op zijn vakgebied;
beschikt over relevante technisch-instrumentele kennis;
de geldende veiligheidsnormen kent; en
de inhoud van zijn les of van een andere door hem uit te voeren taak beheerst.
Hoofdstuk 3 › § 2
Artikel 3.5
Vakinhoudelijke bekwaamheid (kennis en kunde)
Onderdeel van Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2020