**1.** De instructeur is didactisch bekwaam wat betreft kunde indien hij ten minste in staat is een kwalificatie-onderdeel leerbaar te maken voor een student of groep studenten en daarbij de verschillende studenten weet te begeleiden in hun leerproces.
**2.** Om te voldoen aan het eerste lid is het nodig dat de instructeur:
zijn les of andere taak zo vormgeeft dat deze aansluit op de beroepspraktijk en de les zo samenstelt dat deze voor studenten begrijpelijk en aansprekend is;
het leerdoel demonstreert en uitlegt, aansluitend bij het begripsniveau van studenten;
verschillende didactische werkvormen weet te hanteren;
opdrachten op heldere wijze formuleert, zodat studenten weten wat er van hen wordt verwacht, hoe de opdracht kan worden uitgevoerd of met welk doel;
doelmatig weet om te gaan met (digitale) leermiddelen en -materialen, met een elektronische leeromgeving en de beschikbare tijd;
zorgt voor een ordelijke en taakgerichte leeromgeving;
stimulerende vragen weet te stellen en opbouwende, gerichte kritiek te geven;
zowel samenwerking als zelfstandig werken bij studenten kan stimuleren;
tijdens de les de voortgang bijhoudt van de verschillende studenten, eventuele bijzonderheden signaleert en daarover de docent informeert;
periodiek met de docent de didactische aanpak en toegepaste werkvormen van de instructie evalueert en deze zo nodig bijstelt; en
bijdraagt aan pedagogisch-didactische evaluaties binnen de instelling en deze in afstemming met de docent benut voor zijn lesontwikkeling.
Hoofdstuk 3 › § 2
Artikel 3.7
Didactische bekwaamheid (kunde)
Onderdeel van Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2020