**1.** De pensioenuitvoerder is verplicht om na een verzoek van de gewezen deelnemer tot waardeoverdracht de overdrachtswaarde van diens pensioenaanspraken over te dragen aan een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of een verzekeraar met een zetel buiten Nederland als bedoeld in artikel 8, indien voldaan wordt aan de in artikel 82 genoemde voorwaarden, met dien verstande dat de in artikel 83 gestelde eis inzake de ontvangende pensioenuitvoerder niet van toepassing is, en mits:
de tot verevening gerechtigde echtgenoot, bedoeld in artikel 2 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, met de waardeoverdracht instemt; en
voor zover de waarde niet naar een pensioeninstelling of verzekeraar uit een andere lidstaat wordt overgedragen: de mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen pensioenaanspraken na de waardeoverdracht niet ruimer zijn dan op basis van deze wet.
**2.** Indien op grond van de in artikel 83 genoemde omstandigheden tijdelijk geen plicht tot waardeoverdracht bestaat, maar deze plicht overeenkomstig artikel 85 herleeft, is artikel 85, derde lid, niet van toepassing.
**3.** De overdragende pensioenuitvoerder brengt in het kader van de waardeoverdracht geen kosten in rekening bij de gewezen deelnemer.
Hoofdstuk 3 › § 4
Artikel 93
Plicht tot waardeoverdracht aan een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of verzekeraar met zetel buiten Nederland op verzoek gewezen deelnemer
Onderdeel van Wet verplichte beroepspensioenregeling· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025