Deze verordening verstaat onder:
a.
productschap
:
Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten;
b.
secretaris
:
secretaris van het productschap;
c.
ondernemer
:
natuurlijke- of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;
d.
voedergewassen
:
voederbieten, mergkool, stoppelknollen, grassen, bladkool, mais (excl. suikermais), klaver, luzerne, bladrammenas (Raphanus sativus var. oleiferus), duizendkoppige kool (Brassica oleracea var. laciniata), lupine (Lupinus spec.) serradella (Ornithopus sativus), spurrie (Spergula arvensis var. sativa), voederwikke (Vicia sativa), voederwortel (Daucus carota), gele mosterd (Sinapis alba), phacelia (Phacelia tanacetifolia) en zandwikke (Vicia villosa);
e.
omzet
:
de financiële jaaromzet behaald over zaaizaad van de producten, genoemd onder d, exclusief de rechten verkregen uit licenties uit het buitenland.
Werkt terug met uitzondering van de toepassing van de Verordening GZP algemene bepalingen 2003.
§ 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Heffingsverordening GZP fonds zaaizaad van voedergewassen jaar 2006· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 19 maart 2006