**1.** Indien een landbouwer heeft gemeld dat hij met zijn bedrijf gebruik wil maken van de uitzondering en nadien een fosfaatrecht op grond van artikel 23, derde tot en met zesde en negende lid, van de wet ten aanzien van het bedrijf wordt vastgesteld, is hij slechts uitgezonderd indien onverwijld een kennisgeving van het met onmiddellijke ingang vervallen van dit fosfaatrecht wordt geregistreerd overeenkomstig artikel 31, tweede lid, van de wet.
**2.** Indien een landbouwer heeft gemeld dat hij met zijn bedrijf gebruik wil maken van de uitzondering en nadien een hoger fosfaatrecht op grond van artikel 23, derde tot en met zesde en negende lid, van de wet ten aanzien van het bedrijf wordt vastgesteld dan voor die melding was vastgesteld, is hij slechts uitgezonderd indien onverwijld een kennisgeving van het met onmiddellijke ingang vervallen van deze verhoging wordt geregistreerd overeenkomstig artikel 31, tweede lid, van de wet.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een fosfaatrecht dat wordt vastgesteld ten aanzien van een ander bedrijf waarvan de landbouwer bestuurder is.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet van 23 februari 2022 tot wijziging van de Meststoffenwet
in verband met het begrip melkvee en enkele andere wijzigingen
betreffende het stelsel van fosfaatrechten (Stb. 2022, 102) in
werking treedt.
Hoofdstuk 10 › § 3a
Artikel 110e
Artikel 110e
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Meststoffenwet· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 15 juli 2022