**1.** Onverminderd artikel 28, eerste lid, onderdelen a tot en met g, wordt de hoeveelheid stikstof, bedoeld in artikel 28, eerste lid, aanhef, verminderd met:
65 kilogram stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte voormalig grasland, gelegen op zand- of lössgrond, indien direct aansluitend aan het vernietigen van de graszode op deze grond in het zelfde kalenderjaar de teelt van maïs, consumptieaardappelen of fabrieksaardappelen aanvangt;
50 kilogram stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte grasland, gelegen op zand- of lössgrond, indien na het vernietigen van de graszode in de periode van 1 juni tot en met 31 augustus op deze grond direct aansluitend de teelt van gras aanvangt;
50% indien direct voorafgaand aan de teelt van een groenbemester op bouwland, gelegen op zand- of lössgrond, een gewas, niet zijnde graan, koolzaad, zomerpeen, blauwmaanzaad, karwij of vlas, wordt geteeld.
**2.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing indien:
de graszode in het voorafgaande jaar is geteeld als aangewezen gewas conform het bepaalde in artikel 4.1193, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
het gras is ingezaaid als een niet-vlinderbloemige groenbemester als bedoeld in bijlage A.
**3.** Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt van het bepaalde in artikel 4.1217 van het Besluit activiteiten leefomgeving vrijstelling verleend.
Hoofdstuk 3 › § 2
Artikel 28f
Artikel 28f
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Meststoffenwet· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 28 maart 2024