**1.** De bemonstering van een vracht drijfmest vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de vervoerder.
**2.** De bemonstering van een vracht vaste mest geschiedt door de vervoerder.
**3.** In afwijking van het tweede lid, geschiedt de bemonstering van een vracht vaste mest, bestaande uit dikke fractie, door een monsternemende organisatie op verzoek van de leverancier of de vervoerder.
**4.** De vervoerder draagt er zorg voor dat de volgende gegevens aan rVDM worden gezonden:
het rVDM-nummer van de vracht dierlijke meststoffen die is bemonsterd;
het nummer van het deksel van de monsterpot en het nummer van de monsterpot of de monsterverpakking; en
het combinatienummer.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A
tot en met M, van het Besluit van 8 april 2021, houdende wijziging
van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen
van regels over digitale verantwoording van het vervoer van
dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) zoals gewijzigd bij Besluit
van 7 juli 2022, houdende wijziging van het Besluit van 8 april
2021, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording
van het vervoer van dierlijke meststoffen (Stb. 2021, 192) in
verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de startmelding en
de noodvoorziening (Stb. 2022, 297), in werking treedt.
Hoofdstuk 8 › § 4
Artikel 58
Artikel 58
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Meststoffenwet· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2023