Als voorwaarden, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 4° en artikel 33a, tweede lid, onderdeel e, van de wet gelden dat:
het bedrijfsoverschot van de landbouwer in het desbetreffende kalenderjaar maximaal 25% van de totale mestproductie van zijn bedrijf in dat jaar bedraagt, en
de overgedragen dierlijke meststoffen direct en zonder tussenopslag op landbouwgrond worden aangewend.
Hoofdstuk 8a
Artikel 72c
Artikel 72c
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Meststoffenwet· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2015