**1.** Een reclasseringsinstelling behoeft de voorafgaande toestemming van Onze Minister voor:
het vervreemden of het bezwaren van registergoederen alsmede van andere vermogensbestanddelen, verkregen met de bouwsubsidie tot en met het jaar 2004;
het overbrengen van met de subsidie tot en met het jaar 2004 verkregen vermogen en/of vermogensbestanddelen naar andere organisaties met of zonder rechtspersoonlijkheid, zonder reële tegenprestatie;
een juridische fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
het doen van aangifte tot haar faillissement of het aanvragen van haar surséance van betaling;
het ontbinden van de instelling.
**2.** Onze Minister beslist binnen vier weken omtrent de toestemming.
**3.** De beslissing kan éénmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.
**4.** Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.
**5.** Een reclasseringsinstelling doet onverwijld melding aan Onze Minister van:
het oprichten van dan wel het deelnemen in een rechtspersoon;
het wijzigen van de statuten.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Uitvoeringsregeling reclassering 2005· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 25 november 2005