Alvorens zijn functie te aanvaarden, legt de reclasseringswerker voor de rechtbank in het arrondissement van de plaats waar hij is tewerkgesteld de volgende eed of belofte af:
‘Ik zweer (beloof), dat ik mijn taak overeenkomstig de gestelde voorschriften naar geweten zal vervullen en de zaken waarvan ik door de uitoefening van mijn functie kennis draag en waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik krachtens wettelijk voorschrift of uit hoofde van mijn functie tot mededeling verplicht ben. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)’
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Uitvoeringsregeling reclassering 2005· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 25 november 2005