**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel 1c, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, bedraagt:
voor provincies: € 0,0061 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 0,0077 per inwoner per jaar;
voor gemeenten: € 0,2321 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 0,2845 per inwoner per jaar;
voor waterschappen: € 0,0116 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: € 0,0147 per ingezetene per jaar;
voor openbare lichamen: USD 0,1989 per 26 september 2025 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025: USD 0,2497 per inwoner per jaar.
**2.** Voor de berekening van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en b, wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd.
**3.** Voor de berekening van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, doen de waterschappen uiterlijk op 1 juli van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd, aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgaaf van de aantallen ingezetenen, bedoeld in artikel 116 van de Waterschapswet.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026