**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel 3, wordt jaarlijks achteraf en uiterlijk op 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd, voldaan aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
**2.** Onze Minister stelt jaarlijks voor de gemeenschappelijke regelingen het bedrag van de vergoeding vast, gerekend over de periode 1 januari tot en met 31 december. De vaststelling geschiedt terstond na de laatstgenoemde datum.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2006