Van investeringen waarover willekeurig kan worden afgeschreven in de zin van artikel 3.31 van de Wet IB 2001, die zijn verricht door een tot een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting behorende dochtermaatschappij, moet de aanmelding in principe door de moedermaatschappij plaatsvinden. Dat geldt zowel voor de situatie waarin de fiscale eenheid is gebaseerd op de tot 1 januari 2003 geldende regeling als voor een fiscale eenheid die is gebaseerd op de vanaf die datum geldende regeling.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Vanuit de praktijk hebben mij signalen bereikt dat een strikt vasthouden aan het onder 3.1.1 opgenomen genoemde standpunt tot uitvoeringsproblemen kan leiden. Het gaat daarbij onder meer om de volgende situaties.
Een zelfstandig belastingplichtige vennootschap investeert en meldt de investering aan. Na de aanmelding wordt een beschikking ex artikel 15 van de Wet Vpb afgegeven, waarbij de vennootschap als dochtermaatschappij wordt opgenomen in een fiscale eenheid. Daarbij kan eventueel sprake zijn van terugwerkende kracht. De betaling en/of ingebruikname van het bedrijfsmiddel vindt plaats in de periode van de fiscale eenheid.
Een investering vindt plaats door een tot een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting behorende dochtermaatschappij. De moedermaatschappij heeft de aanmelding op haar naam verricht. Nadien wordt de fiscale eenheid verbroken en wordt de dochter zelfstandig belastingplichtig. Daarbij kan eventueel sprake zijn van terugwerkende kracht. De betaling en/of ingebruikname van het bedrijfsmiddel vindt plaats in de periode na verbreking van de fiscale eenheid.
Na aanmelding van de investering door de moedermaatschappij gaat de tot een fiscale eenheid behorende dochtermaatschappij die de investering feitelijk verricht, behoren tot een andere fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De betaling en/of ingebruikname van het bedrijfsmiddel vindt plaats in de periode van de nieuwe fiscale eenheid.
Gelet op hetgeen onder ‘Inleiding’ is gesteld, zou onzekerheid kunnen bestaan over de vraag of in de hiervoor genoemde situaties recht bestaat op willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Verder is gebleken dat ook in andere gevallen de aanmelding regelmatig plaatsvindt door de investerende dochter binnen de fiscale eenheid. De gewijzigde toelichting vanaf 1 januari 2003 bij de diverse meldingsformulieren zou daartoe aanleiding hebben kunnen geven. Bij een strikte toepassing van mijn standpunt zoals vermeld in de inleiding zou in al deze gevallen de faciliteit moeten worden geweigerd. Te meer nu het gaat om investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen acht ik het ongewenst dat in situaties zoals hiervoor genoemd het recht op willekeurige afschrijving milieu-investeringen zou vervallen.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Voor zover nodig keur ik daarom het volgende goed.
De aanmelding van een investering op naam van een investerende dochter welke op het moment van investeren behoort tot een fiscale eenheid wordt geacht te zijn gedaan door de moedermaatschappij.
Indien de aanmelding van een investering van een dochtermaatschappij heeft plaatsgevonden door de moedermaatschappij, kan de willekeurige afschrijving milieu-investeringen in de periode na verbreking van de fiscale eenheid worden geclaimd door de voormalige dochtermaatschappij die de investering feitelijk heeft verricht. Dit geldt eveneens indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, zevende lid van de Wet Vpb. Indien de investerende vennootschap ten tijde van de betaling en/of ingebruikname is opgenomen in een andere fiscale eenheid kan de nieuwe moedermaatschappij de willekeurige afschrijving milieu-investeringen in haar aangifte claimen.
Indien een zelfstandig belastingplichtige vennootschap de aanmelding heeft verricht en nadien (eventueel met terugwerkende kracht) gaat behoren tot een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, kan de willekeurige afschrijving in de periode van de fiscale eenheid worden geclaimd door de moedermaatschappij.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3
Meldingsprocedure
Onderdeel van Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 7 december 2005