Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vrijstelling in verband met vorst en arbeidstijdverkorting

Onderdeel van Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2009

1. Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW en 14, tweede lid, onderdeel b, en 15, onderdelen a tot en met e, van de IOW, is vrijgesteld de werknemer wiens werkloosheid uitsluitend een gevolg is van: vorst, sneeuwval, hoog water of daarmee gelijk te stellen buitengewone natuurlijke omstandigheden; of verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend. 2. De omschreven vrijstellingen gelden voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onder b, wiens werktijd tot nul is verkort, voor de duur van de eerste afgegeven vergunning. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel