Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 2.2, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
de mondigheid en organisatiegraad van burgers, de pluriformiteit van maatschappelijke organisaties, de mogelijkheden tot betrokkenheid van burgers bij de inrichting van hun maatschappij en het particulier initiatief;
het functioneren van de rechtsstaat, de kwaliteit van wetgeving, rechtshandhaving en rechtspraak en de rechtsbescherming van burgers;
het democratisch gehalte en verbetering van het functioneren van overheden, de transparantie van overheidsoptreden en de toegankelijkheid van de overheid voor burgers;
het toerusten van centrale en decentrale overheden voor hun rol in toetreding tot de Europese Unie en de bevordering van de aanpassingen die daartoe nodig zijn;
de structuur, capaciteit, kwaliteit en bestuurskracht van centrale overheden; of
kennisoverdracht, het financieel ondersteunen van studerenden en de ontwikkeling en uitvoering van opleidingen, cursussen, trainingen en stages.
Afdeling 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.3
Artikel 2.3
Onderdeel van Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2006