In deze beschikking wordt verstaan onder:
de wet: de Wet op de kansspelen;
het besluit: het kansspelenbesluit;
de minister: de Minister van Justitie;
de vennootschap: Vriendenloterij N.V., gevestigd te Amsterdam;
de holding: Holding Nationale Goede Doelen Loterijen N.V., gevestigd te Amsterdam;
de stichting aandelen: Stichting Aandelen Nationale Goede Doelen Loterijen, gevestigd te Amsterdam;
begunstigden: de overeenkomstig artikel 13, derde lid, toegelaten instellingen;
Vriendenloterij: een kansspel als bedoeld in artikel 1, onder a, van de wet, zijnde een loterij waarbij door de onderscheidene deelnemers wordt aangegeven aan welke begunstigde 50% van hun inleg ten goede dient te komen, dan wel waar de deelnemers hun inleg ten goede laten komen aan de door de vennootschap voorgestelde begunstigden. De Vriendenloterij wordt gespeeld als de ‘Vriendenloterij’ waarvan de deelnemers meedoen middels aan hen toegekende bingogetallen.
sponsorcertificaat: deelnemingsbewijs aan de Vriendenloterij, dat werd verstrekt aan degene die een terug te vorderen bedrag van € 453,78 aan de vennootschap heeft voldaan. Vanaf 1 mei 1999 is deze deelnamemogelijkheid beëindigd;
toegevoegd spel: een gelegenheid als bedoeld in artikel 1, onder a, van de wet, waaraan de deelnemers aan de Vriendenloterij kunnen deelnemen middels door de vennootschap om niet verstrekte deelnemingsbewijzen;
het college: het College van toezicht op de kansspelen als bedoeld in artikel 33 van de wet.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Beschikking Vriendenloterij 2006· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011