Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Het overzicht van de huurparameters per 1 juli 2006 (inflatie 1,7%)

Onderdeel van Circulaire Huurprijsbeleid periode 1 juli 2006 tot 1 januari 2007· Wonen, onroerend goed, bouwrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2006

Evenals vorig jaar ga ik per 1 juli 2006 uit van het inflatiecijfer over het voorafgaande jaar als grondslag voor de maximale huurverhogingspercentages. Op 12 januari 2006 heeft het CBS in Staatscourant nr. 9 bekend gemaakt dat de inflatie over het jaar 2005 is vastgesteld op 1,7%. Voor alle nu gereguleerde woningen geldt per 1 juli 2006 één percentage als maximale huurstijging: inflatie + 1,5%. Dit komt uit op een maximum van 3,2%. (Voor zelfstandige woningen met een zeer lage huurprijs geldt een bedrag in euro’s). Dit inflatiecijfer is ook de grondslag voor het subsidie-afbraakpercentage. Dit percentage wordt aangepast met het maximale huurverhogingspercentage te weten: inflatie plus 1,5%. Dit komt uit op 1,7% + 1,5% = 3,2%. Dit maximale huurverhogingspercentage is genoemd in Bijlage V van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte, zoals deze per 1 juli 2006 van kracht zal worden. Dit percentage is alleen van belang voor de woonruimten waarvan de verbintenissen van het Rijk jegens de betrokken verhuurders uit hoofde van geldelijke steun die van rijkswege is verleend, nog niet zijn beëindigd. Ook voor het jaar 2006 blijft voor sociale verhuurders de bepaling van kracht (in het Besluit beheer sociale-huursector) dat op instellingsniveau een maximum gesteld wordt aan de stijging van de gemiddelde huurprijs. Deze stijging zal voor de periode tot 1 juli 2007 gemaximeerd worden op 0,8% boven de inflatie over het jaar 2005. De maximale huurstijging op instellingsniveau mag daarmee maximaal 1,7% + 0,8% = 2,5% bedragen. Het gaat daarbij uitsluitend om de jaarlijkse huurverhoging bij zittende huurders van woonruimte die een zelfstandige woning vormt; huurverhogingen in euro’s bij lage huren blijven buiten beschouwing. Effecten op de huurverhoging als gevolg van onder meer nieuwe verhuringen, huurverhogingen in het geliberaliseerde segment en huurstijgingen als gevolg van woningverbetering tellen niet mee. De eventuele extra huurstijging per 1 januari bij woningen in het dan in te stellen overgangsgebied en nieuw geliberaliseerd gebied valt ook niet onder de maximale huurstijging op instellingsniveau. Parameters: Maximaal huurverhogingspercentage voor zelfstandige woningen: 3,2% Indien de huurprijs lager is dan € 200,– en tevens lager dan 50% van de maximale huurprijsgrens per 30 juni 2006 € 25,– p/m Maximaal huurverhogingspercentage voor onzelfstandige woningen, woonwagens en standplaatsen 3,2% Overige parameters Maximale huurprijsnorm (op instellingsniveau) sociale verhuurders 2,5% Stijging maximale huurprijsgrenzen zelfstandige woningen, onzelfstandige woningen, woonwagens en standplaatsen 1,7% Subsidie-afbraakpercentage 3,2% Ook de liberalisatiegrens (tevens maximale huurgrens huurtoeslag) zoals die geldt tot aan 1 januari 2007 wijzigt als gevolg van de definitieve inflatie: deze wordt € 615,01 per maand (zie bijlage V). In de bijlagen I t/m. IV treft u de gewijzigde tabellen met de maximale huurprijsgrenzen aan.

Rechtspraak bij dit artikel