Per 1 juli 2006 zal voor het indienen van een verzoek bij de huurcommissie alleen nog bij de verzoeker in de procedure een voorschot op de leges worden geheven. Dat betekent dat de wederpartij niet langer (een voorschot op de) leges hoeft te betalen.
Bij de uitspraak zal de huurcommissie, net als voorheen, aangeven of het legesbedrag inderdaad verschuldigd is. Indien de verzoeker (gedeeltelijk) in het gelijk wordt gesteld, wordt het legesvoorschot, als voorheen, (gedeeltelijk) gerestitueerd.
Tevens wordt per 1 juli 2006 de zogenoemde ‘rappelprocedure’ gewijzigd. Indien een huurder geen bezwaar maakt tegen de voorgestelde huurverhoging, maar deze ook niet betaalt, dient de verhuurder om de huurverhoging te kunnen realiseren de huurder een aangetekende rappelbrief te sturen waarin hij de huurder vraagt om alsnog schriftelijk met het huurverhogingvoorstel in te stemmen. De verhuurder heeft voor het versturen van de rappelbrief de tijd tot zes weken na de voorgestelde ingangsdatum van de huurverhoging.
In tegenstelling tot voorheen is het nu echter de huurder die een verzoek bij de huurcommissie in moet dienen indien hij alsnog niet met de voorgestelde huurverhoging instemt.
De huurder die na een rappel alsnog bezwaren tegen de voorgestelde huurverhoging wil inbrengen moet na ontvangst van de rappelbrief en binnen 3 maanden na de voorgestelde ingangsdatum van de huurverhoging, een verzoek om uitspraak over de redelijkheid van het huurverhogingsvoorstel bij de huurcommissie indienen. Doet hij dit niet dan geldt de voorgestelde huurverhoging als overeengekomen.
Artikel 6
Eenzijdige legesheffing en wijziging ‘rappelprocedure’
Onderdeel van Circulaire Huurprijsbeleid periode 1 juli 2006 tot 1 januari 2007· Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2006